Constructie


Een boek is opgebouwd uit katernen en een boekband. Katernen bestaan uit één of meerdere malen gevouwen vellen bedrukt papier (enkel- of dubbelzijdig planovel) die in een bepaalde volgorde in elkaar worden geschoven (volgens het zogenoemde inslagschema) of op elkaar worden gelegd. De manier van vouwen en het samenstellen van de katernen bepalen beiden de toe te passen nummering van de te onderscheiden bladzijden op het katern.

Boekblok
Na het op maat snijden worden de katernen samengesteld tot het boekblok: bijvoorbeeld aan elkaar genaaid (gebrocheerd) en/of gelijmd (gelumbeckt) in de boekband met of zonder schutbladen. Bij genaaide katernen zijn de schutbladen nodig om de boekband aan het boekblok te verlijmen. Gelijmde boeken (bijvoorbeeld stripalbums) kennen geen schutbladen omdat hun functie niet nodig is. Het boekblok is de kern van het boek. De boekband bestaat, geheel of gedeeltelijk, uit een voorkant, een achterkant en een rug.

Inslagschema
Een inslagschema wordt gebruikt om bedrukte vellen papier na het vouwen en snijden te vormen tot een kranten-, boek- of tijdschriftenkaternen. De verschillende bedrukte pagina’s worden zodanig aan elkaar gebonden dat het drukvel na twee-, drie- of viermaal vouwen en afsnijden de pagina's van het boek, de krant of het tijdschrift in de juiste volgorde zet (1, 2, 3, etc.). Na het vouwen staat pagina 2 dus op de achterkant van pagina 1 en pagina 3 helemaal aan de andere kant van het vel. Pagina 5 staat op het planovel weer op een andere hoek, maar ondersteboven.

Het inslagschema wordt in opmaakprogramma's als QuarkXPress samengesteld. Tekstverwerkingsprogramma's voorzien hier niet in.

 Terug naar vorige pagina